Nieuw KiKa onderzoek: Onvruchtbaarheid en vervroegde overgang bij vrouwelijke survivors
Arts-onderzoekers dr. Heleen van der Pal, dr. Margreet Veening en dr. Simone Broer zien dagelijks de gevolgen van kinderkanker in hun spreekkamers. Daarom starten zij binnenkort met een nieuw onderzoek naar onvruchtbaarheid en vervroegde overgang bij vrouwelijke survivors van kinderkanker. “We zijn enorm blij dat KiKa ons nieuwe onderzoek steunt. Hiermee willen we de zorg voor kinderen met kanker én survivors verbeteren.”


Gevolgen van kinderkanker komen aan het licht
In Nederland krijgen ongeveer 600 kinderen per jaar kanker. Dr. Margreet Veening is één van de kinderartsen in het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie die deze kinderen ziet. “Als kinderarts wil ik natuurlijk alle kinderen met kanker beter maken, maar wel met zo min mogelijk schade op de korte én de lange termijn", vertelt ze. “Nu steeds meer kinderen beter worden, wordt duidelijk dat sommige behandelingen verminderde vruchtbaarheid veroorzaken bij vrouwelijke survivors.”
“Bij alle kinderen die de diagnose kinderkanker krijgen, maakt de kinderarts daarom een inschatting van het risico op schade voor de vruchtbaarheid.” Veening legt uit dat dit gedaan wordt met een bepaalde berekening. “Maar niet alle medicijnen die we gebruiken staan in deze rekenmethode. Over de gevolgen van sommige medicijnen weten we namelijk nog te weinig.”
Eierstok en eicellen invriezen
Wanneer de kinderarts de kans op vruchtbaarheidsproblemen hoog schat, wordt de hulp van een gynaecoloog uit het UMC Utrecht ingeschakeld. Een van hen is dr. Simone Broer. “Op het moment dat blijkt dat een jong meisje met kanker een hoog risico loopt op onvruchtbaarheid, bespreken we voor de behandeling de mogelijkheid om een eierstok in te vriezen en soms, als het meisje oud genoeg is, het invriezen van eicellen”, vertelt Broer.
Ze vervolgt: “We weten nog niet goed genoeg bij wie van de vrouwelijkse survivors van kinderkanker juist wel of geen vruchtbaarheidsproblemen voorkomen. Wel weten we dat deze problemen vaker voorkomen bij de hele groep vrouwelijke survivors, dan bij vrouwen die geen kanker hebben gehad.”
De impact van vruchtbaarheidsproblemen
Ruim 14.000 mensen hebben in Nederland als kind kanker gehad. Mogelijke vruchtbaarheidsproblemen hebben veel invloed op het leven van survivors. Dit ziet ook dr. Heleen van der Pal, internist op de LATER-poli van het Máxima. Daar worden zij vanaf vijf jaar na hun kankerdiagnose gevolgd. Van der Pal controleert survivors op late gevolgen, waaronder vruchtbaarheidsproblemen.
“Vruchtbaarheid is een van de belangrijkste bepalers van kwaliteit van leven van vrouwen. Als je wens om een kind te krijgen niet in vervulling gaat kan dat veel verdriet geven. Soms hebben survivors verwerkingsproblemen of moeten we hen doorverwijzen naar een psycholoog voor psychologische hulp.”
Ze vervolgt: “De meeste vrouwelijke survivors van kinderkanker hebben vragen over vruchtbaarheid. Gelukkig kan ik veel van hen geruststellen, maar niet iedereen. Onze kennis over wie wel en wie niet vruchtbaar zijn, of hoe lang je vruchtbaar bent, is nog onvoldoende. Daarom starten we dankzij KiKa een nieuw onderzoek.''
Over het onderzoek
Met het nieuwe KiKa onderzoek, LATER-ROCCS (Reproductive Outcomes in female Childhood Cancer Survivors), gaan de arts-onderzoekers onderzoeken in hoeverre 2.500 vrouwen, die in het verleden zijn behandeld voor allerlei soorten van kinderkanker, last hebben van verminderde vruchtbaarheid of vervroegde overgang. Hetzelfde doen ze bij 500 zussen van deze vrouwen.
“Ook willen we weten of een bepaalde bloedhormoontest kan helpen om te vertellen voor wie het later misschien makkelijker of moeilijker is om zwanger te raken”, vertelt Broer. “Deze informatie kan helpen om een deel van de survivors gerust te stellen én bij anderen op tijd te starten met behandelingen om de vruchtbaarheid te behouden.” Veening vult aan: “We hopen met het onderzoek de zorg van kinderen met kanker én survivors te verbeteren.” Van der Pal voegt toe: “We willen de KiKa donateur heel erg bedanken. Dankzij hen kunnen we dit belangrijke onderzoek doen.”





