Ademhalingsondersteuning bij kinderen met kanker
De juiste ondersteuning op het juiste moment
Kinderen met kanker lopen een verhoogd risico op ernstige longproblemen. Steeds vaker gebruiken artsen bij deze kinderen een zuurstofbril of beademingsmasker. Soms helpt dit, maar niet altijd. Als artsen te lang wachten met overstappen op zwaardere beademing, kan dat gevaarlijk zijn. Maar te snel overstappen brengt ook risico’s met zich mee. Momenteel weten artsen nog onvoldoende wanneer ze welke vorm van ademhalingsondersteuning moeten inzetten. Dit onderzoek wil daar verandering in brengen.


Ernstige longproblemen bij kinderen met kanker
Kinderen met kanker hebben een verhoogd risico op ernstige longproblemen. Deze problemen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door de kanker zelf, als gevolg van een behandeling of door infecties. Steeds vaker gebruiken artsen bij deze kinderen ademhalingsondersteuning via een zuurstofbril met hoge flow (Optiflow) of via een beademingsmasker, ook wel niet-invasieve beademing genoemd. Een voordeel van deze lichtere vormen van ondersteuning is dat ze op de verpleegafdeling kunnen worden toegepast, waardoor opname op de intensive care mogelijk voorkomen wordt.
Maar er is een probleem. Uit eerder onderzoek blijkt dat kinderen die eerst Optiflow of niet-invasieve beademing kregen en daarna toch beademing via een beademingsbuis (invasieve beademing) nodig hadden, een hogere kans hadden om te overlijden dan kinderen die direct invasieve beademing kregen op de intensive care. Dit doet vermoeden dat het uitstellen van invasieve beademing de overlevingskansen mogelijk verlaagt. Tegelijkertijd laten de eerste bevindingen van een ander onderzoek zien dat veel kinderen met ademhalingsproblemen voldoende hebben aan Optiflow of niet-invasieve beademing, zonder dat beademing via een buisje nodig is. Te snel overgaan op invasieve beademing kan dus ook onnodige risico’s met zich meebrengen.
Over het onderzoek
Op dit moment is nog niet duidelijk bij welke kinderen het beter is om vroegtijdig over te stappen op invasieve beademing. Daarom gaan onderzoekers van het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie, het UMC Utrecht/Wilhelmina Kinderziekenhuis en Universiteit Leiden (Mathematisch Instituut) bepalen welke factoren voorspellen of Optiflow of niet-invasieve beademing onvoldoende zal zijn en een kind dus alsnog invasieve beademing nodig heeft.
Voor het onderzoek volgen de onderzoekers kinderen met kanker en ademhalingsproblemen die behandeld worden in verschillende Europese ziekenhuizen, vanaf het moment dat zij starten met Optiflow. Met deze gegevens gaan ze vervolgens een voorspellend model maken dat artsen kan ondersteunen bij het maken van tijdige en passende keuzes in ademhalingsondersteuning. Het uiteindelijke doel is om de zorg voor deze kwetsbare kinderen te verbeteren en hun kans op overleving te vergroten.
Centrum: Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie, UMC Utrecht / Wilhelmina Kinderziekenhuis, Universiteit Leiden (Mathematisch Instituut)
Startjaar: 2026
Looptijd: 4 jaar
Bijdrage KiKa: € 649.134,00
Onderzoeksnummer: 573
Projectleider(s): Roelie Wösten-van Asperen, Wim Tissing en Marta Fiocco
Status: Lopend
Projectsoort: KiKa project





