Prof. dr. ir. Jeroen de Ridder aan het woord
Over zijn onderzoek naar snellere diagnoses van hersentumoren bij kinderen
De technisch opgeleide Prof. dr. ir. Jeroen de Ridder werkt, mede met steun vanuit KiKa, aan slimme AI-tools om de zorg voor kinderen met kanker te verbeteren. Eén van deze tools bepaalt tijdens een operatie welk type hersentumor een kind heeft. De chirurg gebruikt die informatie vervolgens om de operatie af te stemmen op het kind. Dit voorkomt onnodige hersenschade én extra ingrijpende operaties. De Ridder vertelt: “Werken aan oplossingen voor kinderen met kanker is enorm dankbaar.”


Gefascineerd door data
Toen Prof. dr. ir. Jeroen de Ridder elektrotechniek studeerde in Delft, kwam hij begin jaren 2000 in contact met een onderzoeksgroep die patronen zocht in data. “Dat sprak mij heel erg aan. In die tijd kreeg het internet serieuze vormen en nam de hoeveelheid data toe. In Delft realiseerde ze dat we iets kunnen leren van die data. Dat vond ik super interessant.”
Aan het einde van zijn studie besloot De Ridder zich volledig te storten op het leren van biologische data, zoals gegevens over DNA. Na een promotieonderzoek volgde een wetenschappelijke carrière als groepsleider van een onderzoeksgroep. Uiteindelijk verhuisde hij met zijn onderzoeksgroep in 2016 van de TU Delft naar het UMC Utrecht. “Om ingewikkelde techniek te gebruiken voor echte klinische problemen én die op te lossen, moet je intensief samenwerken met artsen en dicht bij de klinische praktijk zijn. Op het Science Park in Utrecht kon dat. Daar komt verschrikkelijk veel kennis samen.”
Samen met zijn onderzoeksgroep vergaarde De Ridder enorm veel kennis over een heel klein, maar bijzonder apparaatje van zo'n 10 bij 4 centimeter: de Nanopore sequencer. “Dit is fantastische technologie, waarmee je heel snel én goedkoop DNA kunt lezen. Vervolgens zochten we uit hoe dit apparaatje mensen met kanker kan helpen.”

Koffiedrinken met een kinderkankeronderzoeker
Al snel vonden ze een toepassing. Tijdens een koffieafspraak vertelde dr. Bastiaan Tops, kinderkankeronderzoeker én hoofd van het Diagnostisch Lab in het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie, aan De Ridder dat ze bij kinderen met een hersentumor een probleem hebben met het bepalen van het type hersentumor. “Dit moet snel gebeuren, maar dit lukte nog niet”, vertelt hij.
Een operatie, waarbij een chirurg de tumor verwijdert, is de belangrijkste eerste stap in de behandeling voor kinderen met een hersentumor. Maar bij het volledig weghalen van de tumor kan de chirurg gezonde delen van de hersenen beschadigen. Hierdoor kunnen kinderen problemen krijgen met bijvoorbeeld praten of bewegen. Hoeveel de chirurg moet weghalen hangt af van het tumortype: sommige tumoren moeten echt helemaal weg, terwijl voor andere typen best wat achter kan blijven. De Ridder benadrukt: “Om de beste behandeling te bepalen is het echt essentieel om het tumortype te weten. Maar er komen wel meer dan tachtig verschillende versies van hersentumoren voor bij kinderen.”
“Voorheen wist een chirurg vaak pas één tot twee weken ná de operatie welk type tumor het kind had. Dan was een stukje van de tumor onderzocht in het laboratorium", vertelt De Ridder. “Daardoor stond de chirurg tijdens de operatie voor een lastig dilemma: moet ik alles weghalen? Of laat ik iets zitten om extra schade te voorkomen, maar met de kans dat een kind later opnieuw een ingrijpende operatie nodig heeft?” De Nanopore Sequencer én een AI-tool genaamd Sturgeon bleken de oplossing voor dit dilemma. Via financiële steun vanuit Oncode Institute, waar de groep van De Ridder onderdeel van is, en vervolgens KiKa konden de onderzoekers in rap tempo de AI-tool ontwikkelen en testen. Al snel gebruiktede medische teams de Nanopore Sequencer en de AI-tool tijdens hersenoperaties in het Máxima.
Hulp bij sneller diagnosticeren
“Het Nanopore-apparaatje leest heel snel het DNA. De tijd tijdens een operatie is beperkt, waardoor dit maar weinig data oplevert. Toch wilden we hiermee een betrouwbare diagnose stellen. Daarom ontwikkelden we Sturgeon, een slimme AI-tool”, zegt De Ridder.
Tijdens de operatie haalt de chirurg een klein stukje uit het binnenste van de tumor weg. Het DNA in dit weefsel wordt met de Nanopore gemeten. “Ondertussen gaat de chirurg gewoon door met opereren. Zodra ze de randen van de tumor bereiken, komt de vraag: ‘Wanneer stoppen we?’ Doordat Sturgeon binnen 30-40 minuten de diagnose bepaalt, weten ze al tijdens de operatie het tumortype. Zo kan de chirurg het operatieplan aanpassen en de beste keuze maken voor het kind”, vertelt de Ridder.
“Met weinig data heb je slimme AI nodig om een betrouwbare diagnose te stellen.” Hij licht toe: “Stel je een foto van een papegaai voor, maar je ziet maar 1% van de pixels. Normaal is dat veel te weinig om iets te herkennen. Toch kan onze AI-tool daar goed mee omgaan. Ook als hij van tevoren niet weet welke gegevens hij te zien krijgt. Door miljoenen keren 1% van de pixels aan een AI-tool ‘te laten zien’, leert de AI-tool patronen herkennen. Zelfs als er weinig data beschikbaar is. Zo kan hij voorspellen of er een papegaai op de foto staat of in ons onderzoek: welk type hersentumor het kind heeft. Dit werkt beter dan de standaard aanpak.”

Verder dan de operatiekamer
“Bij ongeveer twee operaties per week in het Máxima gebruiken ze onze ontdekking. We zien dat dit écht een verschil maakt: in ongeveer 15% van de gevallen maakt de chirurg daadwerkelijk een andere en betere beslissing”, vertelt De Ridder.
Het succes van Sturgeon is zo groot dat de onderzoekers volop werken aan een nog betere versie. Dit doen De Ridder en zijn team inmiddels vanuit het Máxima, waar de onderzoeksgroep sinds begin dit jaar is gevestigd. “Het lot van een wetenschapper is dat met iedere vraag die je oplost er weer honderden nieuwe vragen bijkomen", lacht De Ridder. “Zo proberen we de techniek, mede met steun vanuit KiKa, ook in te zetten voor snellere diagnostiek van andere vormen van kinderkanker, zoals solide tumoren.”
“Het is vreselijk om te horen dat je kanker hebt, terwijl je nog niet weet welk type het is en wat dit betekent voor de toekomst. Met snellere diagnostiek hopen we deze onzekerheid voor gezinnen te verminderen en te zorgen dat een behandeling zo snel mogelijk kan beginnen.”
De technisch opgeleide Prof. dr. ir. Jeroen de Ridder werkt sinds begin 2026 als onderzoeker bij het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht. Daar heeft hij zijn eigen onderzoeksgroep waarbij ze kunstmatige intelligentie gebruiken om de zorg voor kinderen (en volwassenen) met kanker te verbeteren. Tot voorkort werkte hij en zijn onderzoeksgroep aan deze onderwerpen vanuit het UMC Utrecht, een paar honderd meter verderop. Dit doen ze onder andere met steun vanuit KiKa. Sinds 2024 is De Ridder hoogleraar bioinformatica in de moleculaire geneeskunde aan het UMC Utrecht. Hij is ook verbonden aan Oncode Instituut. De Ridder is getrouwd en heeft twee kinderen van 5 en 8 jaar.





