Ik speelde al viool voordat ik ziek werd. Muziek was altijd al een belangrijk onderdeel van mijn leven. Toen ik 17 was, zat ik in de vijfde klas van het vwo en draaide mijn leven vooral om vrienden, school en muziek. Totdat ik de diagnose Non-Hodgkin-Lymfoom kreeg.
Het was echt een klotezomer. Mijn vrienden gingen uit en naar Lowlands, terwijl mijn wereld ineens draaide om het ziekenhuis. Wat mij is bijgebleven, is dat de artsen meteen vertelden dat mijn overlevingskans ongeveer zeventig procent was. Gek genoeg gaf me dat juist hoop. Ik dacht: dan ga ik voor die zeventig procent. Als iemand zegt dat je dertig procent kans hebt op een auto-ongeluk, stap je niet zomaar in de auto. Maar voor mij voelde die zeventig procent als iets om me aan vast te houden.
Ik werd behandeld op de kinderoncologieafdeling van het Amsterdam AMC. Als puber lag ik tussen veel jongere kinderen. De meeste kinderen hadden botkanker en misten een arm of een been. Tegen mijn ouders zeiden andere ouders een keer: “Wat moet er bij hem af?” Dat was heel confronterend, maar tegelijkertijd dacht ik vaak: het kan altijd erger.
Gelukkig stonden mijn ouders, mijn broertje en mijn vrienden altijd voor me klaar. Mijn vrienden kwamen vaak langs in het ziekenhuis. Dan zaten we samen bij de koffiehoek te chillen. Dat voelde bijna alsof we toch een avondje uit hadden. Gewoon lachen en praten zoals we altijd deden. Soms dacht ik na over mijn eigen begrafenis en stelde ik me voor dat al mijn vrienden daar zouden zijn. Dat klinkt misschien vreemd, maar het gaf me juist een warm gevoel. Ik besefte hoeveel lieve mensen ik om me heen had.
Tijdens mijn behandeling begon ik steeds vaker viool te spelen op de afdeling. Kinderen en hun ouders kwamen luisteren. Je zag mensen even vergeten dat ze in een ziekenhuis waren. In die kamer was iedereen gelijk. Het maakte niet uit waar je vandaan kwam of hoe je eruitzag. Iedereen had hetzelfde doel: beter worden. Dat maakte zoveel indruk op mij dat ik wist: ik wil later muzikant worden.
Na de behandelingen begon eigenlijk een heel nieuw hoofdstuk. Ik moest de vijfde klas opnieuw doen en had het gevoel dat ik een jaar van mijn leven was kwijtgeraakt. Gelukkig bleven mijn vijf beste vrienden ook zitten. Dat betekende meer voor me dan zij waarschijnlijk ooit zullen beseffen.

Na de middelbare school ging ik naar het conservatorium. Daar was ik gewoon Hessel. Niet de jongen die kanker had gehad, maar een student die muziek maakte. Inmiddels speel ik als professioneel muzikant op podia door heel Nederland. Momenteel speel ik een theatertour met Nasrdin Dchar.
Deze zomer gebeurt er iets waar ik als 17-jarige alleen maar van kon dromen. Toen mijn vrienden naar Lowlands gingen, lag ik in een ziekenhuisbed. Nu sta ik zelf op Lowlands. Niet als bezoeker, maar als muzikant op het podium. Dat voelt alsof de cirkel rond is.
Na kanker wordt je leven nooit meer helemaal hetzelfde. Je blijft je bewuster van je gezondheid en soms ben ik nog bang als ik ergens last van heb. Laatst kreeg ik een piep in mijn oor. Dan spookt het opeens door mijn hoofd of dit een laat gevolg is van de chemotherapie. Kanker overleven is geen wedstrijd die je wint doordat je harder hebt gevochten dan iemand anders. Het is een combinatie van pech en geluk, van welke behandeling beschikbaar is en van de kennis die artsen op dat moment hebben. Ik heb dat geluk gehad. En daardoor mocht mijn droom uitkomen.
Tegen de Hessel van 17 wil ik zeggen: alles komt goed.






